Als we de psychologie van het seksleven in aanmerking nemen, gaan we mannen minder zien als potentiële predatoren, maar als hoffelijke en hoofse dichters, schrijft Ariane Bazan.
De Standaard, donderdag 13 maart 2025.
Toen Ilse voor het eerst bij mij aanklopte, zat ze in een ongelijke verhouding met een jongere man die ze beschreef als middelmatig en enigszins laf. Terwijl zij netjes de landbouwschool doorliep, sliep hij een gat in de dag. Hij waste zich zelden, maar eiste wel seks van haar, die ze soms met weerzin onderging. Hij wist dat ze vroeg moest opstaan, maar hield haar tot diep in de nacht wakker met monologen over allerlei ‘hoogstaande’ onderwerpen, zoals politiek en filosofie. Zij keek naar hem op en dacht dat het zo hoorde, een relatie hebben. In het begin beschreef ze hun seksleven in kuise bewoordingen. Ik begreep dat het nooit lang duurde en dat hij snel klaarkwam.
Tijdens haar eerste stage in een plantenkwekerij ontmoette ze Gunter, een oudere, gelukkig getrouwde man. Gunter was niet alleen een begenadigd lesgever, hij gaf ook regelmatig rake commentaren over het leven en over mensen. Ilse was meteen stapelverliefd. Dat ontging Gunter niet, maar hij bleef minzaam en hoffelijk, zonder over een grens te graan.
Een week na het einde van de stage kreeg Ilse een brief, met fragmenten die over haar gingen. Onder mannen hadden ze het wel eens over haar, las ze met verbazing, over hoe ze doorheen haar kleren de rondingen van haar borsten vermoedden. Gunter schreef poëtisch, maar zonder zwaarte: hij vermeed de ik-vorm en werd nooit persoonlijk. Een bijzondere man, dacht ik toen: hoe hij een vorm vond om Ilse te vertellen dat mannen haar begeren, zonder zich op te dringen. Die hoofse aanpak werkte niet minder erotiserend. Het leek alsof Gunter een startknop had ingedrukt, haar wakker had geschud, Ilse begon een heel nieuw leven. Bij mij sprak ze onsamenhangend, maar het deed er niet toe, niets deed ertoe. Ze ging een vibrator kopen, maakte haar woonplek knusser met geurkaarsen en zachte stoffen, alsof ze altijd had geweten wat ze precies zou doen zodra het startsein kwam.
“Ik denk wel dat dat het was. Mijn moeder dacht dat het niet bestond, maar ik denk wel dat dat het was”, vertelde Ilse me. Ze was voor het eerst klaargekomen, een aardverschuiving. En dat was pas een begin: daarop begon ze pornoblaadjes te kopen en online welbepaalde filmpjes te zoeken. Ze verliet haar vriend en verving hem door een reeks mannen. Ze spreekt over ieder van hen met opmerkelijk veel liefde. Die nieuwe mannen zijn in tegenstelling tot haar ex-vriend lief en respectvol, hoewel ze in het liefdesspel best ruw en zelfs vernederend kunnen zijn.
8 maart was Vrouwendag. Ondanks MeToo lijken we er in veel opzichten op achteruit te gaan: er duikt een nieuwe vorm van extreme masculiniteit op en de kloof tussen mannen en vrouwen wordt weer dieper. Hoe kan het zo de verkeerde kant uitgaan? Misschien missen we een psychologische wetenschap om de mentale kant van het seksleven in kaart te brengen. De ideeën waar een mens van klaarkomt zijn van biologische noch van sociologische aard. Ze krijgen veelal vroeg in het leven al vorm, en daardoor omvatten ze onkuise fantasma’s, waarin het lichaam ook als een object wordt bejegend. Die specifieke scenario’s ontlokken orgasmes, die massaal lichamelijke spanning laten wegebben. Wie die weg naar het orgasme goed kent, stapt lichter door het leven en wordt sociaal weerbaarder.
De moeilijkheid in deze 21ste eeuw, in deze prehistorie van de psychologie, is hoe die twee ideeën met elkaar te rijmen. Hoe je door het leven stapt, is uiteraard een sociale en sociologische kwestie, dat gaat over je interactie met andere mensen. Maar de weg naar het orgasme behoort tot het intieme psychische leven en daarin kan een partner – voor een vrouw vaak een man – een cruciale rol spelen. Betrekken we dus in de man-vrouwdiscussies niet alleen de biologie en de sociologie, maar ook de psychologie, dan gaan we mannen minder zien als potentiële predatoren, maar als hoffelijke en hoofse dichters, die soms als geen ander de startknop weten te vinden.
Parfois, une femme a besoin d’un homme pour trouver son bouton de démarrage. Le 8 mars était la journée de la femme. Malgré MeToo, la situation semble empirer à bien des égards : une nouvelle forme de masculinité extrême émerge et le fossé entre les hommes et les femmes se creuse à nouveau. Comment les choses ont-elles ainsi dégénéré ? Peut-être manquons-nous d’une science psychologique pour cartographier l’aspect mental de la vie sexuelle. Les idées qui déclenchent l’orgasme ne sont ni biologiques ni sociologiques, mais bien d’ordre psychique. Ceux qui connaissent bien ce chemin vers l’orgasme traversent la vie avec plus de légèreté et deviennent plus résistants sur le plan social. La façon dont nous traversons la vie est évidemment une question sociale et sociologique, c’est-à-dire une question d’interaction avec d’autres personnes. Mais le chemin vers l’orgasme appartient à la vie psychique intime, et dans celle-ci, un partenaire – pour une femme, souvent un homme – peut jouer un rôle crucial. Ainsi, si nous incluons non seulement la biologie et la sociologie, mais aussi la psychologie dans les discussions hommes-femmes, les hommes peuvent sortir de ce cadrage étroit de prédateurs potentiels et se profiler également tels des poètes courtois et habiles, qui comme nuls autres arrivent à trouver le bouton de démarrage.